Veel te vaak vergeet men, in de pers of in debatten, Europa in een historisch perspectief te presenteren aan onze jeugd. Onze jeugd die nauwelijks nog de 1ste golfoorlog heeft gekend in 1991, om maar één historische referentie te geven. Laat staan dat ze een duidelijk beeld hebben van hoe Europa er daarvoor uitzag.
Op 19 september 1946, net na de 2de wereldoorlog sprak Winston Churchill (premier Groot-Brittannië 1940-1945, 1951-1955) volgende woorden, in Zürich, uit:
Let Europe arise!
Ik zou tot U willen spreken over het drama van Europa. ...
[Er] ontstonden in dat Europa verschrikkelijke nationalistische oorlogen, die wij in de negentiende eeuw en zelf tijdens onze generatie hebben gezien en die de vrede en de hoop van heel de mensheid ruïneerden. ...
Onder de overwinnaars hoort men een Babelse spraakverwarring, onder de overwonnenen heerst een wanhopig stilzwijgen. Dat is er geworden van een Europa, verdeeld over zoveel staten. ...
Er bestaat echter een geneesmiddel dat, als het algemeen werd aanvaard, als door een wonder de situatie totaal zou kunnen veranderen, waardoor geheel Europa, of minstens het grootste deel ervan, even vrij en gelukkig zou worden als de Zwitsers van onze dagen.
Wat dat geneesmiddel is? Het bestaat uit het hervormen van de Europese familie, haar een nieuwe structuur te geven, die haar veroorlooft te leven en te geloven in vrede, veiligheid en vrijheid. Wij moeten een soort van Verenigde Staten van Europa scheppen.
Toen ik kind was, in de jaren ’60 en ’70, waren Spanje, Portugal en Griekenland nog dictaturen waaruit vreselijke martelverhalen overwaaiden.
Slovenië maakte toen nog deel uit van Joegoslavië onder de dictatuur van Generaal Tito.
Over Estland, Litouwen en Letland had ik nog nooit horen spreken. Samen met Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Polen, Oost-Duitsland, Tsjechië en Slowakije hoorden ze bij het Oostblok – of was het de Sovjetunie, dat was me niet altijd duidelijk – achter een ijzeren gordijn waardoor zo goed als géén informatie doorsijpelde. Het leek wel of de gekende wereld aan dat gordijn stopte. Finland werd in filmen geportretteerd als de draaischijf waar Amerikaanse, Britse en Russische spionnen hun koude oorlog gingen voeren.
Denemarken en Zweden leken verre landen waar het altijd koud was. Malta was mij totaal onbekend.
In het Verenigd Koninkrijk werden misdadigers nog opgehangen. Het “klasse” systeem was daar nog echt voelbaar. Het leek alsof er alleen arme arbeiders en rijke renteniers woonden. En in Ierland was blijkbaar iedereen arm.
In Noord-Ierland woede er een permanente burgeroorlog, zo ook in Cyprus.
De Europese Economische Gemeenschap bestond al uit 6 landen. Maar aan de grens met Frankrijk, West-Duitsland of Italië werd men toch nog grondig gecontroleerd met inbegrip van het totaal doorzoeken van de auto.
Al die landen waren vreemde landen voor mij, “vreemd” in alle opzichten. De enige landen met wie ik me als kleine Belg echt mee verwant voelde, dankzij de BeNeLux, waren Nederland en Luxemburg.
En nu, 35 jaar later, vormen al die “vreemde” en/of “gevaarlijke” landen, samen, de Europese Unie. Wanneer ik zo terugblik lijken landen als Kroatië en Turkije mij véél minder vreemd, vandaag, dan vele van de huidige Europese landen, gisteren.
woensdag 4 juli 2007
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen