zondag 11 november 2007

Communautaire radicalisering verweest al jaren de Belgen.

Al 46 jaar heb ik, en vele anderen met mij, géén recht om Belg te zijn. Kind van een Waalse moeder en van een Vlaamse vader, tweetalig opgevoed, werd ik als kind, in Franstalige kringen steeds als “le flamand”, en in Vlaamse kringen steeds als “franskiljon” bestempeld. Uitleggen dat ik noch het één, noch het ander, maar wel een "goede tweetalige Belg" was mocht nooit baten. Als volwassene moest ik ontdekken dat het onmogelijk is om als tweetalige opgenomen te worden in administratieve gegevensbestanden. Men MOET kiezen voor de ene, of de andere, taal. Men moet, in ander woorden, steeds een deel van zichzelf verzwijgen, en afsnijden, om in het zogenaamd "federaal" model te passen. Het is een regelrechte schande.
De “Belgische” politiek, die onder druk van het “communautaire” al meer dan 50 jaar werd gevoerd heeft dit alleen maar verergerd. Ik woon mijn leven lang al in Vlaanderen, ben getrouwd met een prachtige Vlaamse vrouw van wie ik hou, ik spreek Vlaams, werk in het Vlaams met Vlamingen die ik graag zie. Mij echter vragen om de Vlaamse “nationaliteit” te kiezen, iets waar de nationalisten en andere separatisten zonder nuance op aansturen, is mij vragen om mijn Waalse moeder, en oorsprong, te verstoten. Omgekeerd zou ik mijn Vlaamse vader, en oorsprong, moeten verstoten. Ik weiger om verplicht wees te worden gemaakt om de onredelijke romantische dromen van enkele nationalisten te bevredigen. Ik weiger om mijn ouders, dewelke ook, te moeten verstoten.
Belg zijn is dus verre van surrealistisch, zoals de “bon mot” in intellectuele kringen het de laatste jaren wel eens wil gezegd hebben. Het is integendeel een zeer reëel, en menselijk, gegeven. Wat surrealistisch is, is het feit dat al die geradicaliseerde politici, en hun maar al te volgzame publieke opinie, hun eigen “andere” oorsprong al lang verstoten en verloochend hebben. De correctheid verbiedt me om maar al te persoonlijk te worden, maar het is duidelijk, alleen maar aan sommige achternamen te zien, dat vele vooraanstaande geradicaliseerde politici ook wel een Belgisch “product” zijn, te beginnen bij onze huidige kandidaat eerste minister.
Het ergste is nog wel dat het nooit de tweetaligen zijn die een probleem hebben om de taal te spreken van hun medemens. Het zijn de eentaligen, en de enge nationalisten, die, door gebrek aan respect voor de andere gemeenschap, nu ook alle echte “goede” tweetalige Belgen een hartverscheurende keuze willen laten maken.
SCHANDE !